Coquilles met zeebanaan

Voorgerecht voor 4 personen

12 coquilles, in de schelp
1 partje van 1 gepekelde citroen, alleen de gele schil
1 el van het vocht van een emmertje gepekelde citroenen
2 el Ligurische olijfolie (Olitalia)
1 el milde olijfolie
4 ‘trosjes’ zeebanaan
4 zachte takjes zeevenkel
1. Maak de coquilles schoon door alles wat rond het nootje zit weg te trekken. Dat gaat het beste van de kant waar de schelp gescharnierd zat. Je trekt dan alles vrij makkelijk los. Snijd het oranje ‘koraal’ eraf; dat eten we ook op. Snijd de coquille los van de schelp en spoel zowel de coquilles als het koraal even af. Laat uitlekken op keukenpapier en op keukentemperatuur komen.
2. Hak de gepekelde citroen heel fijn, meng met 1 el vocht en de olie. Zet apart.
3. Vet een pan in met de milde olijfolie. Laat warm worden en ‘gril’ de coquilles en het koraal ca 2 minuten. Keer halverwege. Je wilt dat de coquilles warm zijn van binnen maar liever wat te rauw dan te gaar. Gebruik een puntje van een mes of naaldje om de binnenkant te controleren.
4. Leg 3 coquilles en koraal op een bordje of in een schoongeboende schelp. Schik de zeebanaan en -venkel eromheen en besprenkel met het citroenmengsel.