Kabeljauwhaasje met bospeen, jonge doperwten & romige visjus

Hoofdgerecht 4 personen
Bereidingstijd: 45 minuten

10 bospenen met loof, geschild
1 bosje munt
200 ml lichte visbouillon
125 ml slagroom
250 g jonge erwten in de peul
4 kabeljauwhaasjes met huid à 125 g
5 el koolzaadolie

1. Snijd het loof van de bospenen. Zet de jonge takjes loof samen met de topjes van de munttakjes 15 minuten op ijs water. Giet het water af en droog goed. Bewaar onder keukenpapier in een bakje. Halveer de bospenen in de lengte en stoof circa 8 minuten met 2 takjes munt in water met wat zout.
2. Breng de visbouillon aan de kook, voeg de room toe en kook 5 minuten op lage stand. Breng op smaak met peper en zout.
3. Verwijder de bovenste helft van de doperwten. Stoof de onderste helften en de erwten 5 minuten in de romige bouillon.
4. Bestrooi de vis aan beide kanten met peper en zout. Bak de kabeljauwhaasjes goudbruin op de huid in de koolzaadolie. Draai om en bak de andere kant nog circa 1 minuut. De vis mag vanbinnen nog iets glazig zijn.
5. Verdeel de bospenen over 4 grote borden en leg de kabeljauw ertegenaan. Plaats de halve peulen met de romige visjus erbij en leg de erwten met een pincet in de peulen. Top af met de munttopjes en het wortelloof.

Kcal per persoon: 360