Nage van mosselen & coquilles met krabtoast

Hoofdgerecht voor 4 personen

1 bakje verse radijsmix
met loof
1 Noordzeekrab (400-700 g)
½ citroen
4 el koolzaadolie
12 vers zomeruitjes, schoongemaakt
1 ui, brunoise
2 stengels bleekselderij, brunoise
1 kilo Zeeuwse mosselen, gespoeld
150 ml IJwit (witbier)
7 g dille, fijngesneden
8 coquilles
4 stukken Zweeds
volkorenknäckebröd
1. Snijd het loof van de radijsjes. Zet de jonge blaadjes 15 minuten op ijswater. Giet het water af en droog goed. Bewaar onder keukenpapier in een bakje.
2. Kook de Noordzeekrab 5 minuten in ruim water, voeg per liter water 35 gram zout toe. Haal de krab uit het water en koel direct terug in ijswater. Verwijder vervolgens het krabvlees uit de schaal. Breng het krabvlees op smaak met versgemalen peper, zout en een beetje citroensap.
3. Fruit de ui en bleekselderij in 4 eetlepels koolzaadolie. Voeg de mosselen en het bier toe. Kook de mosselen met een deksel op de pan in circa 5 minuten gaar. Giet af en vang het kookvocht op. Verwijder de mosselen uit de schelpen.
4. Voeg de dille toe aan het opgevangen kookvocht en stoof hierin de radijsjes en zomeruitjes circa 10 minuten met een deksel op de pan.
5. Dep de coquilles droog, bestrooi met versgemalen peper en zout en bak 30 seconden aan beide kanten in 1 eetlepel koolzaadolie.
6. Verdeel de zomeruitjes en radijsjes over 4 grote diepe borden, leg de mosselen ertussen. Schep wat van het hete vocht over de mosselen en leg er tot slot de coquilles in. Bestrooi met de dille. Beleg het knäckebröd met de aangemaakte krab, top af met dille en serveer bij de nage.